rudypieters.com

BEGIN • BIO • BOEKEN • RECHTERS • QUIJOTE • CONTACT

 

 

 

   
 

Lost in La Mancha

 

Hoe de reiziger in La Mancha ineens op Route 66 terechtkomt en Terry Gilliam tegen het lijf loopt, alsook andere dingen die waard zijn in deze grootse historie te worden verteld.

 

 

Don Quichot is zot, dat is zeker, maar ondertussen heeft hij toch maar mooi de twintigste eeuw uitgevonden. Als hij in zijn kaduke harnas met dat dwaze scheerbekken op zijn kop tekeergaat, en vecht en raaskalt en valt, dan hoor ik pianogetingel en zie ik slapstick in een stomme film. Dan zie ik Charlie Chaplin in Modern Times. Dan zie ik Laurel en Hardy - Sancho de Dikke, hij de Dunne. Het allereerste onafscheidelijke duo, de ridder en de schildknaap als Abbott en Costello, French en Saunders, Gaston en Leo. Ze vullen elkaar aan als Sherlock Holmes en Dr. Watson, als Van In en Versavel. Wanneer je de robots C3PO en R2D2Of bezig ziet, dan ontkom je niet aan de indruk dat Star Wars al 400 jaar geleden geschreven werd. In de dolende ridder, “hersteller van smaad en onrecht”, zitten reeds de scenario’s voor John Wayne en Clint Eastwood klaar, mannen die het recht in eigen handen nemen, lonesome cowboys die molens niet zomaar als molens zien omdat iedereen ze toevallig molens noemt. Maar bovenal schreef Cervantes een road movie, de vader aller road movies, Easy Rider voor paard en ezel. Eindeloze tochten maken Don Quichot en Sancho, heel La Mancha dweilen ze af, zelfs ver erbuiten zoeken ze naar grootse avonturen, tot in Barcelona toe, waar de ridder zijn laatste slag levert. Waar ze naartoe gaan, doet er niet toe, dolen is het doel, dolen door het ridderverhaal dat Don Quichot voor zichzelf heeft uitgevonden: het verhaal is de weg, de weg het verhaal. Don Quichot kan je daarom niet lezen, je moet er achteraan, je vindt het verhaal onderweg.

“Omdat op die onbewoonbare, woeste plek niemand verscheen aan wie ze iets konden vragen, kon hij niets anders bedenken dan verdergaan, zonder af te wijken van de weg die Rocinant wilde nemen ...” Quichot volgt zijn paard, ik mijn auto. En mijn auto volgt de N-301. Van Madrid naar Cartagena gaat hij, van hoofdstad naar kust, dwars door La Mancha. Maar hij is veel meer dan zomaar een carretera nacional. “Een echte cowboyweg”, heeft de fotograaf mij beloofd; een paar jaar geleden heeft hij hem al eens met zijn motor gedaan. Op het dashboard ligt nog steeds dat dikke boek dat de hele reis al mijn gids is maar vandaag zal ik hem niet openslaan. Ik weet dat deze carretera mij langs Quintanar de la Orden zal brengen, waar Juan Haldudo woont, de rijke boer die zijn knecht afranselt en door Don Quichot op het matje wordt geroepen (de geseling gaat natuurlijk gewoon door zodra de ridder zijn rug heeft gekeerd), langs Mota del Cuervo, dat door het uitzicht vanop zijn heuvel het Balkon van La Mancha wordt genoemd, en zelfs El Toboso, dorp van de geliefde Dulcinea, zullen we in de verte zien liggen. Maar vandaag doen al die verhalen er even niet toe. Vandaag telt alleen de weg.

Kaarsrecht.

Oneindig.

Desolaat.

Zo ver je kunt kijken houten elektriciteitspalen in de berm, het asfalt zinderend als een kookplaat. Route 66, Europese versie. Even bergop gaat het soms, het vermoeden van een bocht achter de top, maar boven verdampt weer alle hoop: weer zo’n streep naar de oneindigheid. Links en rechts alles even plat, de horizon alleen gebroken door een steeneik, een waterkruik, een kerktoren. De knoestige wijnstokken moeten nog uitlopen, de tarwe is nog niet opgeschoten: dit is een streek om in het voorjaar te bezoeken want dan is het rood van de aarde nog baas. De N-301 toont dan wat La Mancha echt is. Rood. Streep. Blauw. Meer niet. Aarde. Horizon. Hemel. That’s it. Een zuiverder landschap vind je nergens. Elementaire vormen, elementaire kleuren. “De wereld lijkt hier groter”, schreef een fietser die dagenlang door La Mancha zwierf en ondertussen de Quichot las. In deze vlakte had hij voortdurend het gevoel zich in het centrum van de wereld te bevinden. La Mancha is het kwadraat van dat lege Spaanse binnenland dat zich nauwelijks laat veroveren. De reiziger moet ervoor werken. Don Quichot veroverde het met zijn verhalen. De reiziger kan niet anders dan zijn voorbeeld volgen. We lezen om te reizen – of is het omgekeerd?

   
 
   

Gewone auto’s komen hier nauwelijks, deze N-301 is het rijk van de truckers. Het parkeertrerrein voor het wegrestaurant oogt als een vlakte, de blinkende tientonners maken nog meer indruk zoals ze daar allemaal in het gelid staan. Bij de entree een uitgeschakelde koeltoog, volgestouwd met pluchen beesten, plastic speelgoed, kitschbeeldjes. De routiers zitten wijdbeens op de barkrukken en laten de pens hangen. Ze kijken star voor zich uit, de trance van de kaarsrechte weg. In de belendende zaal zijn ze al aan het middagmaal bezig, geen antiseptische zelfbediening maar een echte comedor, met vlees dat geroosterd wordt op het haardvuur: Spaanse restaurants zijn openbare huiskamers, ook in deze uithoek.

“Dit is de kortste weg van Madrid naar de zuidoostkust”, mompelt een trucker; mijn vraag heeft hem even uit zijn trance gehaald. “Ik kom van Alicante. Via de autosnelweg doe ik er veel langer over.” Op deze N-301 rijden ze dan ook als op de autosnelweg. Wie zich in de vrachtkaravaan mengt en per se de 90 per uur wil respecteren, krijgt meteen geflits en getoeter in de nek. (Ja, Cervantes schreef ook het scenario voor Spielbergs Duel.)

Van God en iedereen verlaten is de reiziger nu. Ik kom het ene na het andere leegstaande benzinetation tegen, nog maar pas gesloten aan de geafficheerde prijzen te zien, de pompen zijn al weggehaald. En ook restaurants, cafés, roze bordelen: allemaal dicht. Van een fake molen blijft niets dan een ruïne over, het gras schiet overal tussen het beton door, zelfs van de Venta del Quijote, een oude herberg versierd met azulejos–tegels waarop scènes uit het boek staan afgebeeld, zijn ramen en deuren dichtgemetseld. Dit is het meest desolate gezicht van deze hoogvlakte. Lost in La Mancha, schiet voortdurend door mijn kop, de naam van de documentaire over Terry Gilliams mislukte Quichot-verfilming. Geen pech bleef de ex-Python bespaard. Geld dat maar niet wilde komen, de hoofdrolspeler die ineens doodziek werd, een wolkbreuk die alles wegspoelde. Maar eigenlijk hoorde het er allemaal bij. Eisenstein en Orson Welles waren eveneens ten onder gegaan in dit boek. Het is de vloek van Don Quichot. Wie op deze N-301 rijdt, begrijpt waarom. Dit is het decor van de glorierijke nederlaag, van de meesterlijke mislukking. Als Cervantes’ verhaal zich vandaag afspeelde, dan zou  je de helden hier, op deze troosteloze weg, aantreffen: Don Quichot ridicuul onderuitgezakt op een chopper, Sancho Panza op een brommertje erachteraan tuffend. Keer op keer zouden ze door de trucks in de berm worden gereden. Maar ze zouden niet versagen voor deze reuzen, o nee! Want wat kunnen ze anders doen dan “verdergaan, zonder af te wijken van de weg die Rocinant wil nemen”?

 
   
 
   
 

Minaya. De grens van La Mancha nadert, het einde van de voorlaatste etappe. Mijlenver zijn we van het boek afgedwaald maar nog steeds lokken de wegrestaurants ons met de silhouetten van de ridder en zijn schildknaap. Voor de deur hangen verschenen plastic vliegengordijnen, de vlaggen op het dak zijn tot op de draad versleten, het sloopwerk van de wind. Slechts één truck staat er, het is al diep in de namiddag, de rest van de karavaan dendert genadeloos voorbij. Het plafond hangt vol hammen. Op een muur hebben ze Cervantes’ duo geschilderd, levensgroot, de andere muren hangen vol trucks, foto’s die op de vlakte voor het restaurant zijn genomen, meer dan vijfhonderd tel ik er. Maar ik heb er nu wel even genoeg van, van deze weg. Een uur later sta ik onder de windmolens, niet die van het boek, maar moderne turbines, molens die met hun schone energie de hoop levend willen houden dat we niet gaan eindigen zoals Gilliams film. Tientallen zijn het er, overweldigend veel als je er zo tussen staat, en duizelingwekkend hoog. De reuzen van de wind. De hele tijd heb ik ze in de verte zien staan vanop de cowboyweg, maar nu is de N-301 in geen velden of wegen meer te bekennen. Alleen het geluid van de wieken boven mij. Met machtige; logge halen doorklieven de reuzenarmen de lucht. De avond valt en hun schaduw is lang, bij elke slag trilt het landschap even. Aan de horizon zie ik een chopper die zich opmaakt om de molens te bestormen.

 

 

TEKST RUDY PIETERS      FOTO'S WOUTER RAWOENS

(verschenen in De Morgen, 4 juni 2005)

<menu    slot>